Een mooie dag voor een foto
Een mooie dag voor een foto
De zon schijnt zwakjes op een rustige zomerse zondag. Mooi zacht licht voor een foto. Ik bedenkt iets futuristisch: glanzende olietanks tegen een zachte lucht. De dichtstbijzijnde staan in het havengebied van Amsterdam. Dus de camera mee en op naar de havens. Na even zoeken zie ik waar ik moet zijn. De enorme zilveren cilinders glimmen in de verte.
Eenmaal aangekomen ben ik niet de enige. Het is een verrassende drukte: motoren draaien slippend rondjes en overal staat publiek. Ik parkeer en zet de camera in elkaar. Dat duurt bij mij altijd even en tegen de tijd dat ik naast de auto sta is het ineens heel rustig. Het publiek vertrekt en een politieauto rijdt langzaam door de straat. De boodschap is duidelijk: dit feestje is voorbij. Geen probleem: als iedereen weggaat dan kan ik de olietanks fotograferen.
Er vliegt een helikopter laag over het industrieterrein
Maar het wil maar niet stil worden. Er vliegt een helikopter laag over het industrieterrein. Hij draait rondjes en als hij langs mij vliegt zie ik dat het de politie is. Dan draait hij om en komt weer op mij af. Nu draait de machine nog lager als een rood-blauw gestreepte libelle, een cirkel om mij heen. Echt? Om het te testen ga ik midden op straat staan. En inderdaad, hij draait nu de hele tijd rondjes om mij heen. Ik voel mij vereerd maar van fotograferen gaat nu niets meer komen. Zodra ik in de auto zit vertrekt de helikopter ook.
Dan op naar Ruigoord. Het kunstenaarsdorp blijkt een open dag te hebben en het is er gezellig druk. Op het terras raak ik aan de praat met andere bezoekers. Of ik hier vaker kom? “Nee, voor het eerst” antwoord ik, “Ik was toevallig in de buurt om de olietanks te fotograferen” en ik wijs naar de tanks die glanzend boven de bomen uittornen. “Maar er was een straatrace en de politie stuurde iedereen weg."
Blikken van verstandhouding
Ja, ze hadden wel iets gezien. Een politiehelikopter die daar een hele tijd heel laag rondjes vloog. “Klopt” zei ik, “die vloog rondjes speciaal boven mij!”
Nu verstrakken de blikken en ze vallen stil. Blikken van verstandhouding worden onderling gewisseld. Ik zie ze denken: “Ach, wat zielig." "Een gehandicapte in een elektrische rolstoel die ook nog eens denkt dat de politie met een helikopter achter hem aan zit.” Ze spreken mij niet tegen, kijken mij niet meer aan en maken zich geruisloos uit de voeten.