Sesam, open u!

Sesam, open u!

Sesam, open u!

Dichte deur. Ik heb een pasje. Waar zit de paslezer? Aha, daar. Oh, da’s wel vrij hoog. Kan ik net niet bij. “Zal ik even helpen?” Een aardige mevrouw pakt mijn pasje en houdt hem voor de lezer. Piep. Klik. Het slot gaat open en de aardige mevrouw loopt weer weg. Ik was achteruitgegaan met m’n rolstoel, zodat zij bij de paslezer kon komen. Dus weer naar voren, op het moment dat ik de deurklink vastpak, hoor ik “Klik”. Inderdaad, het slot zit er weer op. “Eh, mevrouw?”. Ik kijk rond en zie haar net de hoek om lopen. Eh…

Baf dicht. Klik, echt dicht

Nog zo eentje. De paslezer zit op het andere kozijn, dus niet naast de deurkruk, maar aan de andere kant. Ik sta voor de deur, hou m’n pasje voor de paslezer, hoor de klik, rij opzij en grijp de klink. Ja, mooi, hij gaat open. Bam, na 10 cm knalt hij tegen mijn rolstoel. Is ook zo, hij draait deze kant op. En ik sta er midden voor. Laat dus van schrik de klink los en rij opzij. Klik. Hij zit weer op slot. Mompelde mompel, ik stond net aan de goeie kant. Dus terug naar de andere deurpost. Pasje ervoor, klik, snel achteruit, deurklink grijpen, maar m’n stoel schuift nog een klein stukje door en de deurklink glijdt uit m’n hand. Klik. Weer dicht. Mompelde mompel. Terug naar de paslezer, maar nu goed voorbereid: ene hand bijna op de paslezer, andere hand ‘op het gas’ van m’n rolstoel. Piep, klik, volle snelheid achteruit, kort vol vooruit als harde rem, grijp de deurklink, goed vasthouden, voorzichtig aantrekken. Tsjonge, wat is dat een sterke deurdranger. En ik sta er scheef voor, arm helemaal uitgerekt. Probeer met m’n andere hand mijn rolstoel mee te laten trekken. Deurklink glipt weer uit m’n hand. Baf, dicht. Klik, echt dicht. Mompelde mompel. Zucht.

Zelluf doen!

De vierde keer lukt het, wel ’n paar keer tegen de deur en het kozijn aangereden met m’n rolstoel, maar daar kan hij wel tegen. En ach, die krassen, hebben ze van Gebouwbeheer ook wat te doen. Ik ben door de deur. Gelukt. Eh, ik ging eigenlijk heen voor koffie. Die ligt nu deels op de grond en deels over mijn broek en m’n rolstoel. M’n broek is donkerblauw, zie je dus niks van (en de koffie was gelukkig al lang koud geworden), en m’n rolstoel, ach, dan had hij maar geen rolstoel moeten worden. Ik heb echter nu nog steeds geen koffie. Eigenlijk helemaal niet grappig. Maar ik ga niemand vragen om voor mij te halen. Zelluf doen!

Boodschap

De boodschap: hang die paslezers wat slimmer op. Betrek de gebruikers erbij als je iets aan het gebouw doet. Co-creatie heet dat. Dus Gebouwbeheer plaatst paslezers, ziet iemand in een rolstoel en denkt dan: oh ja, is ook zo, die moet er zittend ook bij kunnen. En dan vraagt die rolstoeler: dus hij komt hier, naast de deurkruk? En Gebouwbeheer: oh ja, da’s inderdaad ook handig. Zo dus. Kost niks extra. Wij geven graag advies. Gevraagd en ongevraagd. Want wij willen ook koffie. En dat willen we zelf kunnen halen. Heel logisch. Triviaal. Hoewel, soms niet helemaal.

Niet alleen Gebouwbeheer, het spoor kan er ook wat van…

In de trein vier je inwendig een klein feestje, want deze kan je in zonder hulp.Ben je bijna op station Barneveld, wil je op het knopje drukken omdat je eruit wilt, kan je er niet bij. Je kijkt om je heen, want er moeten vast wel meer mensen uit. Niemand. Ja, in de treincoupé waar de ‘gewone mensen’ zitten, die zou je kunnen vragen. Maar dan moet je eerst door zo’n smalle schuifdeur. En eerst naar die schuifdeur manoeuvreren, terwijl de trein hobbelend afremt. Waardoor je met je hand-aangedreven rolstoel bijna wordt gelanceerd als de trein met een aardig gangetje een wissel neemt. Dus terug naar de buitendeur, stoel op de rem en kijken of je nog iets van een stokje bij je hebt. Zelf gebruik ik dan wel ’s mijn wandelstok, maar als medereizigers zien dat je met een stok aan het zwaaien bent, dan kan je een boete krijgen van de conducteur. En dan door de bijbehorende discussie te laat uitstappen. En kom dan maar ’s weer terug in Barneveld.

Of aan iemands voordeur

Ook heel slim: de deurbel zit vrij hoog en om erbij te kunnen, moet je eerst een stoepje op. Zo eentje die zo slechts 50 cm breed is en waar je dus nét niet op kan met je rolstoel, dus er net zo hard weer afglijdt. Aankloppen geen reactie, dus maar weer zwaaien met die wandelstok.  Als het zo’n heel mooie ouderwetse trekbel is, dan draai je die wandelstok om en dan probeer je met de stok-handgreep die trekbel-knop aan te trekken. Je wordt steeds handiger. Dat duurt even en daarbij tik je regelmatig op de deur, waardoor er uiteindelijk toch iemand de deur opendoet – en dus gelijk een klap van mijn stok krijgt. Oeps, sorry.

Ga maar even aan de kant, want ik kom met een gangetje naar binnen. Nee, ga echt maar even een stukje verderop, want anders ga ik over je tenen heen en geloof me, zelfs met stalen neuzen vind je dat niet fijn. Dus ik een aanloop met standje ‘max speed’ en KEDOENG stuiterend naar binnen. Heerlijk, gelukt. Wel zonde van dat mooie kozijn. Repareren van die beschadiging is duurder dan een opklapbare aluminium drempelhulp.

Dus ik ben zo aardig en geef ze de website waar ze zo’n ding kunnen kopen. Ze kunnen natuurlijk ook gewoon kijken op hulpmiddelen van Scouters 

Iedereen blij. Nou ja, redelijk blij, want ik ben natuurlijk wel een kwartier te laat op m’n afspraak. Ach, wat is tijd. Tijd is er. En ik ben er ook. Koffie!