Wat lijkt het lang geleden, dat ik in Utrecht meewerkte aan een promotiefilmpje over de ZelfRedzaamheidsRadar. Op 22 april 2026 werd ik geïnterviewd over mijn zelfredzaamheid.
“Gelukkig kan ik mijn eigen billen nog afvegen,” zei ik toen nog luchtig.
Twee weken later botste ik met een fietser. Au. Ineens was zelfstandigheid niet meer vanzelfsprekend. Hopelijk tijdelijk, maar op dat moment voelde het alsof alles wegviel.
Als gewone handelingen ineens niet meer lukken
Pas als je bepaalde dingen niet meer zelf kunt, merk je hoe groot ze eigenlijk zijn.
Niet goed je billen kunnen afvegen op het toilet. Jezelf niet zelfstandig kunnen wassen of aankleden. Iets laten vallen en het niet kunnen oprapen. Afhankelijk worden van hulp bij handelingen waar je nooit over nadacht.
Dat is afschuwelijk.
Zelfredzaamheid gaat niet alleen over grote dingen zoals werken, reizen of zelfstandig wonen. Het zit juist ook in de kleinste dagelijkse handelingen. In iets zelf kunnen pakken. Zelf een sok uittrekken. Zelf deodorant opsmeren.
Creatief worden in beperkingen
Tegelijkertijd ontdekte ik hoe inventief je kunt worden als iets niet meer vanzelf gaat. Je gaat zoeken naar manieren waarop het misschien tóch lukt.
Liggend op bed kreeg ik mijn sokken zelf uit door mijn been naar me toe te trekken. Totdat ik steunkousen moest dragen in plaats van gewone sokken — dan hield het weer op en moest ik hulp vragen.
Een broek aantrekken lukte thuis alleen als ik op de rand van mijn bed zat. In het ziekenhuis werkte juist een lage stoel beter. De douchestoel en het toilet waren te hoog om genoeg bewegingsvrijheid te hebben.
Ook persoonlijke verzorging werd ineens een puzzel. Na mijn operatie kon ik deodorant onder de oksel van mijn gebroken arm aanbrengen door diep voorover te hangen, mijn arm slap naar beneden te laten hangen en met mijn andere hand te smeren. In precies die houding kon ik mijn oksel zelfs zelf wassen en afdrogen.
Kleine overwinningen misschien. Maar ze voelen groot als je net zoveel kwijtgeraakt bent.
Hulpmiddelen maken verschil
Thuis werd een simpele afvalgrijper ineens onmisbaar. Daarmee kon ik gevallen spullen oprapen, de was in de machine stoppen en er weer uithalen. Zelfs mijn schoenen sleepte ik ermee van de badkamer naar mijn bed.
Daar begon vervolgens het volgende project: met veel gepruts mijn blote voet weer in de schoen krijgen, voet optillen en de rits dichtdoen.
Sokken aantrekken lukte niet meer zelfstandig. Er bestaan hulpmiddelen voor sokken en panty’s, maar met één hand blijkt dat alsnog behoorlijk ingewikkeld.
Toch merkte ik: elk hulpmiddel dat iets zelfstandiger maakt, geeft ook een stukje eigenwaarde terug.
Zelfredzaamheid is niet zwart-wit
Voor mijn ongeluk dacht ik bij zelfredzaamheid vooral aan wat je wel of niet zelfstandig kunt. Nu zie ik dat anders.
Soms lukt iets volledig zelf. Soms half. Soms alleen op een andere manier. En soms moet je accepteren dat hulp nodig is.
Dat laatste vind ik misschien nog wel het moeilijkst.
Uiteindelijk is mijn zelfredzaamheid zo minimaal geworden, dat ik besloot om een revalidatietraject aan te vragen. Niet omdat ik alles meteen weer zelfstandig zal kunnen, maar omdat ik wil leren hoe ik met mijn beperkingen opnieuw zoveel mogelijk zelf kan doen.
En misschien is dat uiteindelijk ook zelfredzaamheid: blijven zoeken naar mogelijkheden, hoe klein ze soms ook zijn.