Goedbedoeld grensoverschrijdend gedrag
Goedbedoeld grensoverschrijdend gedrag
Ik ben vanaf mijn geboorte blind. Daar hoort ook bij dat je regelmatig te maken hebt met passanten in je leven die het goed met je voor hebben, maar waarbij de goede bedoelingen uitlopen in bijzonder ongemakkelijke situaties waarbij ik alleen maar kan denken: "Waarom ben ik hier en waar is mijn onzichtbaarheidsmantel?"
Ik neem je mee in een paar voorbeelden.
Goede daad van de dag
Ik zal een jaar of vijftien zijn geweest. Ik heb geen idee meer waar ik vandaan kwam, maar ik was bijna thuis. Mijn moeder stond voor het raam naar buiten te kijken. Ik voelde met mijn taststok langs de stoeprand naar een herkenningspunt. Ik heb nu eenmaal meer aan putdeksels dan aan straatnaambordjes.
Er kwam een meneer voorbij die zijn goede daad van de dag nog moest verrichten. Zonder mij ook maar iets te vragen, werd ik bij mijn arm gepakt en de straat over geholpen. Heel vriendelijk, maar ik hoefde die straat niet over te steken. Ik geloof dat de behulpzame man in kwestie ook wel door de grond kon zakken toen ik hem vroeg of hij me weer terug wilde brengen, omdat ik helemaal niet naar de overkant hoefde.
Mijn moeder had dit van achter het raam zien gebeuren. Zij vond het, toen ik binnenkwam, erg grappig. Het moment dat ik erom kon lachen, was enige tijd later.
Net als in de film
Tijdens mijn puberteit bestond het idee nog dat blinden op de tast de gezichten van mensen bekijken, met dank aan de filmindustrie. Ik was de enige blinde leerling op mijn middelbare school. Sommige docenten hadden echt geen idee wat ze met die blinde aan moesten. Sommigen vonden gewoon niets, anderen deden oprecht hun best, maar dankzij de filmindustrie stond ik met mijn mond vol tanden.
Het was tijdens een scheikundeles. We waren in groepjes geconcentreerd aan het werk. De docent liep door de klas om aanwijzingen te geven. Ineens kreeg ik de legendarische vraag: "Je ziet mij niet, wil je voelen hoe ik eruitzie?"
Mijn gezicht veranderde in een tomaat en weer was ik het liefst onzichtbaar. Ik geloof dat ik iets van "nee" gestotterd heb, maar dat weet ik niet eens meer. Na de les bood deze man onder vier ogen zijn excuses aan. Het was absoluut niet zijn bedoeling geweest om mij zo voor schut te zetten. Het was iets wat hij zich gewoon afvroeg en de vraag kwam er spontaan uit.
Jaren later ben ik deze docent in het dorp nog weleens tegengekomen. Hij was dit voorval niet vergeten en we hebben er smakelijk om gelachen.
Veranderende tijden
Het cliché dat blinden aan gezichten voelen, begint gelukkig te verdwijnen, maar de behoefte om een onzichtbaarheidsmantel te hebben niet. Ook nu nog gebeurt het regelmatig dat iemand met een taststok blijkbaar vogelvrij is verklaard, iemand bij de arm pakken en zonder overleg te helpen op de manier waarvan de hulpgever denkt dat dit nodig is, komt nog regelmatig voor.
Vanaf deze plek doe ik een oproep namens elke taststokgebruiker: doe dit niet!
Een taststokgebruiker heeft over het algemeen een goed gehoor. Niet bovenmatig goed, om meteen een ander vooroordeel weg te nemen, maar goed genoeg om de vraag: "Kan ik je helpen?" te verstaan.
Deze optie is voor iedereen echt een stuk comfortabeler. En als je iemand met een beperking iets vraagt, vraag jezelf dan eerst even af hoe je het zelf zou vinden om deze vraag voor je voeten geworpen te krijgen?